Skip to content
ThuisBesparen.nl

Situatie · Na de installatie

Warmtepomp geplaatst, maar de stroomrekening valt tegen: waar je in volgorde zoekt

De eerste jaarafrekening met de warmtepomp ligt op tafel, en het gasverbruik is weliswaar gedaald maar het stroomverbruik is veel harder gestegen dan de offerte deed vermoeden. De installateur zegt dat het aan de winter lag, de leverancier zegt dat het aan het tarief lag, en op internet zegt iedereen dat warmtepompen niet werken in Nederland. Geen van drie hoeft waar te zijn. Een warmtepomp die meer verbruikt dan beloofd, heeft meestal een instelling, een ontwerpkeuze of een verwachting die niet klopt, en die vind je in een vaste volgorde.

Onderhouden door de redactie van ThuisBesparen.nl. Laatst herzien in september 2026.

Het korte antwoord

Begin met meten in plaats van gissen: hoeveel kilowattuur de warmtepomp zelf heeft verbruikt, voor verwarming en voor warm water apart, en hoeveel warmte hij daarvoor heeft geleverd, want dat is het praktijkrendement (de SPF) dat je naast de beloofde SCOP legt. Kijk daarna als eerste of het elektrische bijverwarmingselement uren heeft gemaakt, want dat maakt warmte met een rendement van één op één en is de vaakst gevonden oorzaak. Verlaag dan de stooklijn en zet de nachtverlaging uit, controleer de temperatuur van het tapwatervat en hoe vaak de legionellacyclus draait, zoek in de app naar korte aan-uitcycli en kijk of de buitenunit onnodig vaak ontdooit. Blijft de SPF daarna ver onder de belofte, dan is het toestel verkeerd gedimensioneerd of verkeerd ingeregeld, en dan haal je de installateur terug met de warmteverliesberekening en het opleverdossier in de hand. Het tarief en het contract komen als laatste, want die verklaren een hogere rekening, niet een hoger verbruik.

De juiste volgorde

Van de goedkoopste controle naar de duurste. Elke stap sluit een oorzaak uit voordat je aan de volgende begint, en per stap staat waar het in de praktijk misgaat.

  1. 1

    Stel vast wat er werkelijk is verbruikt, en waardoor

    Bijna elke warmtepomp houdt in zijn app of op zijn display bij hoeveel kilowattuur hij heeft verbruikt, vaak gesplitst in verwarming en warm water, en veel toestellen tonen ook hoeveel warmte ze hebben geleverd. Die twee getallen naast elkaar geven de SPF, het praktijkrendement: geleverde warmte gedeeld door verbruikte stroom. Leg die naast de SCOP uit de offerte en je weet of het toestel minder presteert dan beloofd, of dat het toestel het goed doet en de woning gewoon meer warmte vraagt dan de berekening aannam. Vergelijk daarnaast het gas dat je bespaarde met de stroom die erbij kwam: één kubieke meter gas leverde via de ketel een veelvoud van de warmte in één kilowattuur stroom, dus die twee laten zich alleen vergelijken na omrekening naar dezelfde eenheid warmte. Let op: de eerste winter is geen jaar. Een koude winter, een huis dat na de installatie nog moest opdrogen, en nieuwe verbruikers die tegelijk kwamen, zoals een elektrische auto, een inductiekookplaat of een airco, zitten allemaal in dezelfde meterstand. Trek die er eerst uit, want anders zoek je een oorzaak bij de warmtepomp die er niet zit.

  2. 2

    Kijk of het elektrische bijverwarmingselement heeft gedraaid

    Een volledig elektrische warmtepomp heeft een elektrisch element dat bijspringt als de compressor het niet aankan, en dat element maakt warmte met een rendement van één op één, waar de compressor er een veelvoud van maakt. Elk uur dat het element draait, drukt de SPF omlaag, en de meeste toestellen tellen die uren. Vind je er honderden, dan heb je de oorzaak. Waarom draait het? Omdat het bivalentiepunt te hoog is ingesteld, omdat de stooklijn zo hoog staat dat de compressor de aanvoertemperatuur niet haalt, omdat een nachtverlaging elke ochtend een opwarmpiek veroorzaakt die het element aanvult, omdat het tapwatervat op een temperatuur staat die alleen het element haalt, of omdat de legionellacyclus dagelijks in plaats van wekelijks draait. Bij een hybride opstelling is het spiegelbeeld: kijk hoeveel uren de cv-ketel heeft gemaakt en bij welke buitentemperatuur hij inschakelt. Let op: sommige installateurs zetten het element in een comfortstand die het bij elke vraag laat meelopen; dat is een instelling, geen eigenschap van het toestel.

  3. 3

    Verlaag de stooklijn en zet de nachtverlaging uit

    De aanvoertemperatuur is de knop die het rendement van een warmtepomp het meest bepaalt: hoe lager het water dat naar de radiatoren gaat, hoe minder de compressor hoeft te doen. Na de installatie staat de stooklijn vaak op een veilige, hoge fabriekswaarde die niemand daarna heeft verlaagd. Zet hem stap voor stap lager en kijk welke kamer als eerste tekortschiet; die kamer is de maat, en meestal is dat één radiator die vergroot moet worden, niet de hele installatie. Zet de nachtverlaging uit: een warmtepomp verwarmt het zuinigst als hij rustig doorloopt, en het opwarmen na een verlaging vraagt juist het vermogen dat het element inschakelt. Laat de thermostaatkranen in de hoofdruimten open en regel de temperatuur met de stooklijn in plaats van met de kamerthermostaat, want een thermostaat die het toestel aan en uit zet, laat het pendelen. Let op: een aan-uitkamerthermostaat uit het ketel-tijdperk die op de warmtepomp is aangesloten, is een bekende oorzaak van slecht rendement; een warmtepomp hoort modulerend of weersafhankelijk te worden aangestuurd. Hoe je de stooklijn stap voor stap verlaagt, staat op de pagina over de stooklijn.

  4. 4

    Controleer het warme water: temperatuur, legionellacyclus en hersteltijd

    Warm tapwater wordt op een hogere temperatuur gemaakt dan de verwarming, en de warmtepomp draait daarvoor met een lager rendement; bij een huishouden dat veel doucht kan het tapwater een groot deel van het stroomverbruik zijn. Kijk naar drie instellingen. De temperatuur van het vat: hoger dan nodig kost rendement, en een vat dat op een temperatuur staat die de compressor niet haalt, laat het element het werk doen. De legionellacyclus, waarbij het vat periodiek tot boven de dodelijke temperatuur voor de bacterie wordt verwarmd: die hoort wekelijks te draaien en niet dagelijks, en het liefst midden op de dag op eigen zonnestroom of buiten de piekuren van het net. En de hersteltijd: een te klein vat dat na elke douche weer moet opwarmen, maakt veel korte, onrendabele cycli. Let op: een bijverwarmingselement dat het tapwater voor zijn rekening neemt omdat de installateur het zo heeft ingesteld, is de sluipende versie van stap twee.

  5. 5

    Zoek naar pendelen, en kijk naar buffervat en inregelen

    Open de app en kijk naar de draaitijden: een compressor die tientallen keren per dag start en na een paar minuten weer stopt, pendelt, en dat kost rendement en levensduur. De oorzaken zijn een toestel dat te groot is voor de woning, een kamerthermostaat die het aan en uit zet, radiatoren die door thermostaatkranen zijn dichtgezet zodat het water nergens heen kan, of een installatie zonder buffervat waar het toestel er een nodig heeft. Waterzijdig inregelen, het afstellen van elke radiator op de hoeveelheid water die bij zijn afmeting hoort, is de goedkoopste correctie: zonder inregelen krijgt de verste radiator te weinig en de dichtstbijzijnde te veel, en dat lijkt op een te klein toestel terwijl het een verdeelprobleem is. Let op: een installateur die pendelen oplost door de stooklijn te verhogen, verruilt het ene rendementsverlies voor het andere. Wat een buffervat wel en niet doet, staat op de pagina over vermogen en dimensionering.

  6. 6

    Kijk naar de buitenunit: ontdooien, plaatsing en luchtstroom

    Een lucht-water warmtepomp moet bij vochtig koud weer zijn buitenunit ontdooien, en die warmte komt uit de woning; een unit die veel vaker ontdooit dan zijn buren, verbruikt meer. Dat gebeurt als de unit in een vochtige, windstille hoek staat, als hij zijn eigen koude uitblaaslucht weer aanzuigt omdat hij te dicht op een muur of schutting staat, als de lamellen vervuild zijn, of als de condensafvoer bevriest en de unit in een laag ijs komt te staan. Kijk op een koude ochtend naar de unit: een dikke ijslaag, een unit die minutenlang stoomt, of water dat onder de unit bevriest zijn tekenen. Let op: de plaatsing die voor het geluid op de perceelgrens is gekozen, is niet altijd de plaatsing die voor de luchtstroom goed is; een unit die is ingebouwd om hem stiller te maken, kan daardoor slechter presteren.

  7. 7

    Herbereken de verwachting, en haal zo nodig de installateur terug

    Als de instellingen kloppen en het element stil is, vergelijk je de SPF opnieuw met de SCOP uit de offerte. Een SCOP is een labwaarde bij een genormeerd huis en een genormeerd jaar; een SPF in een echte woning ligt daar altijd onder, en het verschil wordt groter naarmate de woning slechter is geïsoleerd en de aanvoertemperatuur hoger is. Is het verschil groot, dan is het toestel te groot of te klein gedimensioneerd, staat de afgifte niet op de lage temperatuur waarvoor is gerekend, of is er nooit een warmteverliesberekening per ruimte gemaakt. Vraag de installateur om dat opleverdossier en die berekening, en om een nazorgbezoek waarin hij de instellingen doorloopt; een goed bedrijf plant dat na de eerste winter uit zichzelf. Reken pas daarna het tarief en het contract door: een warmtepomp verschuift je verbruik van gas naar stroom, dus het stroomtarief en de verhouding tussen de belasting op gas en stroom bepalen mee of dezelfde kilowatturen een hogere of lagere rekening opleveren, en dat staat los van hoe goed het toestel het doet. Let op: wie de volgorde omdraait en bij het contract begint, zoekt een goedkoper tarief voor een verbruik dat niet had gehoeven.

Waarom de volgorde uitmaakt

Elke stap sluit een oorzaak uit die de volgende stap anders zou verbergen. Wie bij het contract begint, koopt een goedkoper tarief voor stroom die het element onnodig heeft verbruikt.

  • Meten voor gissen

    De SPF uit de app is het enige getal dat zegt of het toestel of de woning het probleem is. Zonder dat getal is elke volgende stap een gok.
  • Element voor instelling

    Het element is de duurste warmte in huis en de vaakst gevonden oorzaak. Pas als het stil is, zeggen de andere instellingen iets over het rendement.
  • Instelling voor installateur

    Stooklijn, tapwater en pendelen kun je zelf nakijken. Wat daarna overblijft, is een ontwerp- of inregelfout, en dan ga je met cijfers terug in plaats van met een gevoel.

De maatregelen bij deze keuze

Waar elke stap precies over gaat, lees je op de bijbehorende pagina. Hier zie je hoe ze in deze situatie samenhangen.

Kosten en subsidie

Het meeste in deze volgorde kost niets: de app lezen, de stooklijn verlagen, de nachtverlaging uitzetten en de tapwaterinstellingen nakijken zijn instellingen, geen ingrepen. Waterzijdig inregelen en het vergroten van één radiator zijn kleine ingrepen die de installateur in een dagdeel doet, en een nazorgbezoek hoort bij een goede installatie inbegrepen te zijn of tegen een vast bedrag te worden aangeboden.

Er is in deze fase geen subsidie: de ISDE is bij de aanschaf aangevraagd en zegt niets over de instellingen. Wat een correctie oplevert, zie je pas in de volgende afrekening, dus noteer de meterstanden en de SPF uit de app op de dag dat je iets verandert, en vergelijk over een gelijke periode met gelijk weer in plaats van over een willekeurige maand. Blijkt de installatie verkeerd gedimensioneerd, dan is de warmteverliesberekening uit de offerte het document waarmee je de installateur aanspreekt; ontbreekt die, dan is dat zelf het antwoord op de vraag wat er is misgegaan.

Veelgestelde vragen

Hoe weet ik of mijn warmtepomp goed presteert?

Deel de geleverde warmte door het verbruikte aantal kilowattuur, allebei uit de app of het display van het toestel; dat is de SPF, het praktijkrendement. Leg die naast de SCOP uit de offerte. Een SPF die iets onder de SCOP ligt is normaal, want de SCOP is een labwaarde; een SPF die ver onder de SCOP ligt, wijst op een instelling, een verkeerde dimensionering of een woning die meer warmte vraagt dan berekend. Toont het toestel geen geleverde warmte, dan vergelijk je het bespaarde gas met de extra stroom, na omrekening naar dezelfde eenheid warmte.

Waarom draait het elektrische element zo vaak?

Omdat de compressor de gevraagde temperatuur of het gevraagde vermogen niet haalt: een te hoge stooklijn, een opwarmpiek na een nachtverlaging, een tapwatervat op een temperatuur die alleen het element haalt, een dagelijkse legionellacyclus, een te hoog ingesteld bivalentiepunt of een comfortstand waarin het element bij elke vraag meeloopt. Elk daarvan is een instelling. Een element dat na het corrigeren van die instellingen nog steeds veel uren maakt, wijst op een toestel dat te klein is voor de woning.

Moet ik de warmtepomp ’s nachts lager zetten?

Meestal niet. Een warmtepomp verwarmt het zuinigst als hij op een lage aanvoertemperatuur rustig doorloopt; het opwarmen na een nachtverlaging vraagt juist het hoge vermogen dat het element inschakelt en de compressor op zijn slechtste punt laat werken. Een kleine verlaging kan in een goed geïsoleerde woning met vloerverwarming, maar de fabriekswaarde van een paar graden verlaging uit het ketel-tijdperk kost bij een warmtepomp doorgaans meer dan hij oplevert.

Hoe hoog moet het warme water staan?

Zo laag als comfortabel is voor douchen, met een periodieke opwarming tot boven de temperatuur waarbij legionella afsterft. Die cyclus hoort wekelijks te draaien, niet dagelijks, en het liefst overdag op eigen zonnestroom of buiten de piekuren van het net. Wat het RIVM over legionellapreventie zegt en wat Milieu Centraal over de instelling adviseert, staat in de bronnen onder deze pagina; het precieze tijdstip en de frequentie stel je in de app in.

Mijn warmtepomp slaat steeds aan en uit. Is dat erg?

Ja, dat heet pendelen en het kost rendement en levensduur. De oorzaken zijn een te groot toestel, een aan-uitkamerthermostaat, dichtgezette thermostaatkranen waardoor het water nergens heen kan, of een ontbrekend buffervat waar het toestel er een nodig heeft. Waterzijdig inregelen en een modulerende of weersafhankelijke regeling zijn de eerste correcties; een installateur die pendelen oplost door de stooklijn te verhogen, verruilt het ene verlies voor het andere.

De installateur zegt dat het aan de winter lag. Kan dat?

Voor een deel: een koudere winter vraagt meer warmte, en de eerste winter na een verbouwing moet een woning vaak nog opdrogen. Maar een koude winter verklaart een hoger verbruik, geen lager rendement. Kijk daarom naar de SPF en naar de uren van het element: die twee getallen zeggen of het toestel het goed deed in die winter, en dat is de vraag die de installateur moet beantwoorden.

Is een dynamisch contract slim met een warmtepomp?

Het kan, omdat een warmtepomp veel stroom in de nacht en de vroege ochtend verbruikt, wanneer de uurprijs vaak laag is, en omdat een goed geïsoleerde woning een paar uur zonder verwarming kan om de duurste uren te ontwijken. Maar het contract komt in deze volgorde als laatste: het verlaagt de prijs per kilowattuur, niet het aantal kilowattuur, en een element dat onnodig draait, blijft duur op elk contract.

Lijkt jouw situatie hier meer op?

Elke situatie heeft een eigen volgorde. Deze liggen het dichtst bij die hierboven.

Lees hoe de maat van het toestel is bepaald

Blijft de SPF na alle instellingen ver onder de belofte, dan zit het in de dimensionering: de warmteverliesberekening, het bivalentiepunt en het buffervat. Die staan uitgewerkt, met wat je van de installateur mag verwachten.