Direct naar de inhoud
ThuisBesparen.nl

Feitencheck

Feitenlogboek: veelgehoorde beweringen getoetst

Over energie besparen circuleren veel hardnekkige misverstanden, vooral over subsidies, salderen en wat een warmtepomp wel en niet kan. Hieronder toetsen we de bekendste beweringen aan de regel of de techniek erachter, met de primaire bron erbij. Elk oordeel draagt de dag waarop we het hebben opgesteld, zodat je het kunt controleren in plaats van ons op ons woord te geloven.

  • 36

    Beweringen getoetst, elk met een eigen anker zodat je naar één oordeel kunt verwijzen.

  • 32

    Beweringen die onjuist of grotendeels onjuist blijken, terwijl ze wel breed worden herhaald.

  • 4

    Beweringen die deels kloppen. Daar staat erbij welk deel wel klopt en onder welke voorwaarde.

Onjuist

“De salderingsregeling voor zonnepanelen is in 2025 afgeschaft.”

Salderen is niet in 2025 gestopt. Bij salderen streept je energieleverancier de stroom die je teruglevert weg tegen de stroom die je op een ander moment afneemt, waardoor je over dat weggestreepte deel geen leveringstarief en geen energiebelasting betaalt. De Wet beëindiging salderingsregeling is inmiddels aangenomen en legt één einddatum vast, zonder geleidelijke afbouw: de regeling stopt dus op een moment dat in de wet staat en niet in de voorwaarden van je leverancier. Controleer die datum en het wettelijke minimum voor de terugleververgoeding bij de Rijksoverheid voordat je een investering op saldering baseert.

Bron:Rijksoverheid: Salderingsregeling zonnepanelen

Oordeel opgesteld op 30 augustus 2026.

Wat het einde van salderen voor jouw zonnepanelen betekent

Grotendeels onjuist

“Bij netcongestie mag je met zonnepanelen niet meer terugleveren aan het net.”

Grotendeels onjuist, want netcongestie is geen verbod maar een tekort aan transportcapaciteit op een deel van het net. Voor een huishouden met een kleinverbruikersaansluiting betekent het in de praktijk zelden dat terugleveren wordt geblokkeerd; wat wél gebeurt is dat de netspanning in de straat op zonnige middagen oploopt, en zodra die boven de norm uitkomt schakelt je omvormer zichzelf verplicht uit tot de spanning weer daalt. Je levert dan tijdelijk niets terug, maar dat is een beveiliging van de omvormer en geen intrekking van je recht op teruglevering. Waar netcongestie wel hard beperkt, is bij nieuwe of zwaardere aansluitingen: daarvoor bestaan per gebied wachtrijen. Kijk op de capaciteitskaart van de netbeheerders wat er in jouw gebied speelt, en meld herhaalde uitval bij je eigen netbeheerder.

Bron:Netbeheer Nederland: Spanningskwaliteit: toegestane bandbreedte op het laagspanningsnet

Oordeel opgesteld op 30 augustus 2026.

Wat netcongestie voor je aansluiting betekent

Grotendeels onjuist

“Met een vast energiecontract ligt je energierekening voor de hele looptijd vast.”

Grotendeels onjuist: een vast contract legt het leveringstarief vast, niet je rekening. Je energierekening bestaat uit vier posten, en je leverancier bepaalt er maar één van. De energiebelasting en de btw daarover worden door de wetgever vastgesteld en kunnen tijdens je looptijd wijzigen, en de vaste netbeheerkosten worden vastgesteld door je regionale netbeheerder, bij wie je niet kunt overstappen. Daarnaast beweegt je verbruik zelf: een koude winter of een extra apparaat verandert je rekening zonder dat er iets aan je tarief verandert. Wat een vast contract dus koopt is voorspelbaarheid op één post, en dat is precies waarvoor je het zou moeten kiezen, niet voor de belofte van een rekening die niet meer beweegt.

Bron:Rijksoverheid: Wat staat er op mijn energierekening?

Oordeel opgesteld op 30 augustus 2026.

De vier posten van je energierekening

Onjuist

“Na het einde van de salderingsregeling leveren zonnepanelen niets meer op.”

Onjuist: zonnepanelen blijven opleveren, alleen verschuift waar die opbrengst vandaan komt. Stroom die je op het moment van opwekken zelf verbruikt vervangt stroom die je anders had ingekocht tegen het leveringstarief plus energiebelasting, en aan dat deel verandert het einde van saldering niets. Het overschot dat je teruglevert wordt vergoed tegen de terugleververgoeding die je leverancier zelf vaststelt, en die ligt lager dan het leveringstarief; leveranciers mogen daarnaast terugleverkosten in rekening brengen. Wat je installatie na saldering oplevert hangt dus af van welk deel je zelf verbruikt en van de voorwaarden van je contract, en verbruik verschuiven naar de uren dat de zon schijnt is de knop waar je zelf aan kunt draaien.

Bron:ConsuWijzer (ACM): Energie opwekken en terugleveren: terugleververgoeding en terugleverkosten

Oordeel opgesteld op 27 augustus 2026.

Wat het einde van salderen voor jouw zonnepanelen betekent

Onjuist

“Na aanschaf van zonnepanelen moet je zelf de btw terugvragen bij de Belastingdienst.”

Onjuist: voor de levering en installatie van zonnepanelen op of bij een woning geldt het nultarief voor de btw. Een particuliere woningeigenaar betaalt daardoor geen btw over panelen en installatie, en wat je niet betaalt kun je ook niet terugvragen; het voordeel zit al verwerkt in de prijs die de installateur offreert. De bewering stamt uit de tijd vóór het nultarief, toen kopers zich als ondernemer voor de btw moesten aanmelden om die terug te krijgen. Twijfel je over je eigen situatie, dan is de Belastingdienst de partij die daarover uitsluitsel geeft.

Bron:Belastingdienst: 0%-btw op zonnepanelen voor particulieren

Oordeel opgesteld op 27 augustus 2026.

Grotendeels onjuist

“Een warmtepomp werkt niet in een oudere of slecht geïsoleerde woning.”

Grotendeels onjuist. Een warmtepomp levert warmte op een lagere temperatuur dan een cv-ketel, dus hij komt het best tot zijn recht in een woning met een beperkte warmtevraag en een ruim bemeten afgiftesysteem. Dat maakt een oude woning geen verloren zaak: een hybride warmtepomp neemt het grootste deel van het stookseizoen over en laat de bestaande cv-ketel bijspringen als het buiten het koudst is, terwijl volledig elektrisch verwarmen pas verstandig is wanneer de schil en de radiatoren die lage temperatuur aankunnen. De volgorde is dus isoleren en het afgiftesysteem op orde brengen, en daarna pas de warmtepomp kiezen; elke graad die de aanvoertemperatuur omlaag kan, verlaagt het stroomverbruik van het toestel.

Bron:Milieu Centraal: Warmtepomp: duurzaam elektrisch verwarmen

Oordeel opgesteld op 27 augustus 2026.

Is je woning geschikt voor een warmtepomp?

Onjuist

“Voor een warmtepomp heb je altijd vloerverwarming nodig.”

Onjuist: vloerverwarming is een pluspunt, geen vereiste. Wat een warmtepomp nodig heeft is een lage aanvoertemperatuur, en dus een afgiftesysteem dat bij die lage temperatuur genoeg warmte aan de kamer afgeeft. Vloerverwarming doet dat het makkelijkst, omdat het afgevende oppervlak zo groot is, maar ruim bemeten radiatoren of lagetemperatuurradiatoren met een ventilator halen in veel woningen hetzelfde. De vraag is daarom niet welk type afgifte je hebt, maar of het bestaande systeem de warmtevraag van elke ruimte dekt bij de temperatuur waarop de warmtepomp zuinig draait. Laat dat per ruimte doorrekenen voordat je bestelt, want één te krappe radiator in de koudste kamer dwingt de hele woning naar een hogere aanvoertemperatuur.

Bron:Milieu Centraal: Warmtepomp: duurzaam elektrisch verwarmen

Oordeel opgesteld op 27 augustus 2026.

Is je woning geschikt voor een warmtepomp?

Grotendeels onjuist

“Een thuisbatterij verdient zichzelf op dit moment vanzelf terug.”

Grotendeels onjuist: een thuisbatterij verdient zichzelf niet vanzelf terug. Een batterij verdient uitsluitend aan het verschil tussen wat opgeslagen stroom je bespaart en wat je anders had betaald, en zolang je volledig saldeert doet het net dat verschuiven al kosteloos voor je. De rekensom kantelt pas als saldering wegvalt, als je leverancier terugleverkosten rekent of als je een dynamisch contract hebt waarin de prijs binnen de dag ver genoeg uiteenloopt. Ook dan gaat er rendement verloren, want laden en ontladen kosten energie en de accu veroudert met elke cyclus. Of het bij jou uitkomt volgt uit je eigen verbruikspatroon en contractvorm; een algemeen geldende terugverdientijd bestaat voor dit apparaat niet.

Bron:Milieu Centraal: Thuisbatterij: zonne-energie opslaan, en of je hem terugverdient

Oordeel opgesteld op 27 augustus 2026.

Wat een thuisbatterij kost en oplevert, met je eigen cijfers

Grotendeels onjuist

“Een warmtepomp maakt zoveel herrie dat je buren er last van krijgen.”

Grotendeels onjuist, want er geldt een harde grens: de buitenunit van een warmtepomp of airco bij een woning mag op de perceelgrens van een naburige woning in de avond en nacht niet meer dan 40 dB(A) veroorzaken, vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Of het in de praktijk goed gaat, wordt bepaald door de plaatsing en niet door de techniek: geluid kaatst terug tussen een unit en een gesloten schutting of in een nauwe gang tussen twee huizen, trillingen die je via een beugel op de gevel overbrengt dragen door in de constructie, en een toestel met een nachtstand draait stiller op het moment dat het gehoor het gevoeligst is. Slecht geplaatst geeft een warmtepomp dus wel degelijk overlast, en dat is een reden om plaatsing, demping en de opstelling ten opzichte van slaapkamerramen vooraf vast te leggen in de offerte.

Bron:Informatiepunt Leefomgeving (IPLO): Geluid van buitenunits warmtepomp en airco: max 40 dB op de perceelgrens (Besluit bouwwerken leefomgeving)

Oordeel opgesteld op 27 augustus 2026.

Hoeveel geluid een warmtepomp mag maken en waar hij kan staan

Onjuist

“Een warmtepomp werkt niet als het vriest.”

Onjuist: ook bij vorst zit er warmte in de buitenlucht, en een koudemiddel dat bij lage druk verdampt neemt die op, waarna de compressor hem naar een bruikbare temperatuur tilt. Wat wel verandert, is het rendement. Hoe groter het verschil tussen de buitentemperatuur en de aanvoertemperatuur die je woning vraagt, hoe lager de COP (de verhouding tussen geleverde warmte en verbruikte stroom op dat moment), en bij vochtige vorst kost het ontdooien van de buitenunit daarnaast energie. Daarom valt het verbruik op de koudste dagen hoger uit, en daarom houdt een hybride opstelling de cv-ketel achter de hand zolang de woning veel warmte vraagt. Of je all-electric comfortabel door de winter komt, hangt af van de isolatie, het afgiftesysteem en de dimensionering, niet van de vraag of het vriest.

Bron:Milieu Centraal: Warmtepomp: duurzaam elektrisch verwarmen

Oordeel opgesteld op 27 augustus 2026.

Hoeveel vermogen een warmtepomp nodig heeft

Onjuist

“Neem een grotere warmtepomp, dan zit je altijd goed.”

Onjuist, en het is een dure fout. Een warmtepomp die ruimer is bemeten dan het warmteverlies van de woning kan op milde dagen niet ver genoeg terugmoduleren, gaat daardoor kort aan en weer uit (pendelen), belast zo de compressor en verliest seizoensrendement, uitgedrukt als SCOP, het seizoensgemiddelde van de COP. Te krap bemeten geeft het spiegelbeeld: dan springt het elektrische element bij op de koudste dagen, en dat is de duurste warmte die je kunt maken. De juiste maat volgt uit een warmteverliesberekening van jouw woning in de staat waarin die straks verkeert, dus ná de isolatie die je toch al van plan bent, en niet uit het vermogen van de ketel die er nu hangt.

Bron:Milieu Centraal: Warmtepomp: duurzaam elektrisch verwarmen

Oordeel opgesteld op 27 augustus 2026.

Hoeveel vermogen een warmtepomp nodig heeft

Grotendeels onjuist

“Voor een warmtepomp moet je altijd je meterkast of aansluiting laten verzwaren.”

Meestal niet. Bepalend is het vermogen dat je gelijktijdig uit je aansluiting trekt: de warmtepomp komt bovenop koken, wassen, drogen en eventueel het laden van een auto, en pas als die som de hoofdzekering overschrijdt is verzwaren aan de orde. Vaak volstaat een aparte groep, een toestel dat binnen de bestaande aansluiting past, of het begrenzen van het laadvermogen van de auto, eventueel met load balancing dat het laden terugregelt zodra de rest van het huis vermogen vraagt. Of verzwaren bij jou nodig is, hangt af van je huidige aansluiting (één fase of drie fasen), van de startstroom en het opgenomen vermogen van het toestel, en van wat er verder tegelijk aanstaat; de installateur rekent dat door en de netbeheerder voert een verzwaring uit, met wachttijd en hogere vaste kosten als gevolg.

Bron:Milieu Centraal: Warmtepomp: duurzaam elektrisch verwarmen

Oordeel opgesteld op 27 augustus 2026.

Wanneer je je aansluiting laat verzwaren

Grotendeels onjuist

“Vloerverwarming reageert te traag om comfortabel te zijn.”

Grotendeels onjuist, al klopt de waarneming: een vloer met leidingen in de dekvloer is een massa die traag opwarmt en traag afkoelt, dus hij volgt een thermostaat die je op en neer draait niet. Zo is het systeem ook bedoeld. Vloerverwarming draait continu op een lage temperatuur en houdt de woning daarmee stabiel, in plaats van achteraf te corrigeren wat je hebt laten afkoelen. Wie gewend is aan stoken op afroep met een diepe nachtverlaging, moet die gewoonte dus omgooien, want de vloer moet daarna met een hogere aanvoertemperatuur worden opgestookt en juist die hogere temperatuur drukt het rendement van een warmtepomp. Hoe traag het systeem precies is, hangt af van de vloeropbouw: leidingen in een dikke dekvloer reageren trager dan een gefreesde vloer of dan een combinatie van vloerverwarming met radiatoren voor de snelle warmtevraag.

Bron:Milieu Centraal: Warmtepomp: duurzaam elektrisch verwarmen

Oordeel opgesteld op 27 augustus 2026.

Deels waar

“Zonnepanelen op het noorden hebben geen zin.”

Deels waar: van alle windrichtingen levert pal noord het minst op, dus als je moet kiezen leg je daar het laatst panelen. De opbrengst hangt af van hoeveel zonlicht loodrecht op het paneel valt, en dat wordt bepaald door oriëntatie en hellingshoek samen. Op een plat dak met een vlakke of licht hellende opstelling weegt de windrichting daarom veel lichter dan op een steil schuin dak, waar een noordhelling een groot deel van de dag in zijn eigen schaduw ligt. Wat de doorslag geeft is jouw situatie: beschaduwing door bomen, schoorstenen of dakkapellen, de beschikbare dakruimte, en de vraag of een oost-westopstelling je eigen verbruik over de dag beter dekt dan minder panelen op het zuiden. Vraag daarom om een opbrengstberekening per dakvlak in plaats van om een vuistregel.

Bron:Milieu Centraal: Zonnepanelen: opbrengst, kosten en terugverdientijd

Oordeel opgesteld op 27 augustus 2026.

Zonnepanelen op oost-west, noord of in de schaduw

Onjuist

“Zonnepanelen zijn versleten zodra de garantie afloopt.”

Onjuist: een garantietermijn is een commerciële afspraak, geen levensduur. Zonnepanelen hebben geen bewegende delen; het halfgeleidermateriaal veroudert geleidelijk, waardoor het vermogen langzaam terugloopt in plaats van op een datum te stoppen. De omvormer bevat elektronica en veroudert daardoor sneller dan de panelen zelf, dus reken een vervanging van de omvormer mee in je terugverdienberekening. Hoelang je installatie meegaat, hangt af van de kwaliteit van panelen en montage, van beschaduwing en vervuiling, en van de omvormer; de vermogensgarantie zegt vooral iets over wat de fabrikant durft te beloven.

Bron:Milieu Centraal: Zonnepanelen: opbrengst, kosten en terugverdientijd

Oordeel opgesteld op 27 augustus 2026.

Onderhoud, levensduur en garantie van zonnepanelen

Grotendeels onjuist

“Je hebt altijd een vergunning nodig voor zonnepanelen.”

Grotendeels onjuist: volgens Milieu Centraal heb je voor de meeste daken geen vergunning nodig. Alleen voor monumenten en beschermde stads- of dorpsgezichten heb je er wel een nodig, en volgens de Rijksoverheid soms ook als de plaatsing niet past in het omgevingsplan van je gemeente. Woon je in een appartement, dan heb je bovendien toestemming van de vergadering van de VvE nodig voor werk aan het dak; dat is geen vergunning, maar het kan je plan net zo goed tegenhouden. Doe de vergunningcheck in het Omgevingsloket voor je eigen adres voordat je tekent, want het antwoord hangt af van de opstelling en de status van het pand.

Bron:Milieu Centraal: Kunnen zonnepanelen op mijn dak: oriëntatie, hellingshoek, schaduw en plat dak

Oordeel opgesteld op 22 september 2026.

Zonnepanelen plaatsen: vergunning en dakconstructie

Grotendeels onjuist

“Spouwmuurisolatie veroorzaakt vochtproblemen.”

Grotendeels onjuist, maar niet zonder grond. Een gevulde spouw geeft vocht dat van buiten naar binnen dringt minder kans om onderweg te verdampen, dus wanneer de gevel al lekt via scheuren, kapot voegwerk, een defecte loodslabbe of doorslaand vocht bij slagregen, maakt isolatie een bestaand gebrek zichtbaar. Bij een gezonde, waterdichte gevel met een schone spouw van voldoende breedte gebeurt dat niet. Daarom hoort er een inspectie vooraf te zijn: endoscopisch de spouw bekijken op vervuiling, puinresten en doorslag, de gevel beoordelen en die zo nodig eerst herstellen. Vraag om dat inspectierapport en om garantie op het werk, en wees op je hoede bij een aanbieder die zonder de spouw te bekijken een prijs afgeeft.

Bron:Milieu Centraal: Isoleren: maatregelen, kosten en besparing

Oordeel opgesteld op 27 augustus 2026.

Spouwmuurisolatie: vooropname, materiaal en vocht

Onjuist

“Als je goed isoleert, hoef je verder niets aan ventilatie te doen.”

Onjuist, en dit is de meest onderschatte fout bij isoleren. Isoleren gaat vrijwel altijd samen met kieren dichten, en juist die ongeplande luchtstroom voerde in een oude woning het vocht af dat vrijkomt bij douchen, koken, wassen, drogen en ademen. Verdwijnt die weg zonder dat er bewuste ventilatie voor in de plaats komt, dan slaat het vocht neer op de koudste plek die overblijft, met condens, schimmel en muffe binnenlucht als gevolg. Reken ventilatie daarom mee in hetzelfde plan: roosters of ventielen die open kunnen, een werkende mechanische afvoer in keuken, badkamer en toilet, en bij een strak dichte woning balansventilatie met warmteterugwinning. Ventileren kost warmte, en dat is precies de reden om het te regelen in plaats van het aan toeval en kieren over te laten.

Bron:Milieu Centraal: Isoleren: maatregelen, kosten en besparing

Oordeel opgesteld op 27 augustus 2026.

Ventilatie in huis en wat er misgaat bij isoleren

Deels waar

“Triple glas is altijd beter dan HR++ glas.”

Deels waar: triple glas isoleert beter dan HR++, want een extra ruit en een extra gasspouw verlagen de U-waarde, de maat voor warmteverlies per vierkante meter glas. Beter isoleren is alleen niet hetzelfde als de betere investering. De stap van enkel of oud dubbel glas naar HR++ neemt het grootste warmteverlies weg, en de stap van HR++ naar triple voegt daar een kleiner deel aan toe. Triple is bovendien zwaarder, waardoor bestaande kozijnen en beslag het vaak niet dragen en je in de praktijk ook nieuwe kozijnen koopt, en het laat iets minder gratis zonwarmte binnen. Triple verdient de voorkeur wanneer je toch de kozijnen vervangt, wanneer je op lage temperatuur gaat verwarmen en koude ruiten wilt voorkomen, en wanneer de rest van de schil al op orde is; staat dak, vloer of spouw nog open, dan levert isoleren daar meer op dan een derde ruit.

Bron:Milieu Centraal: Isoleren: maatregelen, kosten en besparing

Oordeel opgesteld op 27 augustus 2026.

Glas en kozijnen: van enkel glas tot triple

Deels waar

“Een airco is gewoon hetzelfde als een warmtepomp.”

Deels waar: technisch is een airco een lucht-lucht warmtepomp, met dezelfde kringloop van een koudemiddel dat verdampt, wordt samengeperst en weer condenseert. Een omkeerbare airco draait die kringloop om en verwarmt dan de ruimte waar de binnenunit hangt, zuiniger dan een elektrische kachel, omdat hij warmte verplaatst in plaats van maakt. Het verschil zit in wat het toestel bedient: een airco verwarmt lucht in één ruimte, terwijl een warmtepomp voor de hele woning water opwarmt voor radiatoren of vloerverwarming en meestal ook het warme tapwater verzorgt. Wil je een slaapkamer koelen en in het tussenseizoen bijverwarmen, dan is een airco daarvoor het aangewezen apparaat; wil je van het gas af, dan heb je een toestel nodig dat de hele warmtevraag inclusief tapwater dekt, en dat is een andere aanschaf met andere subsidievoorwaarden.

Bron:Milieu Centraal: Airco en ventilatoren: stroomverbruik en kosten

Oordeel opgesteld op 27 augustus 2026.

De lucht-lucht warmtepomp

Onjuist

“Met een thuisbatterij ben je onafhankelijk van het stroomnet.”

Onjuist. Een gewone thuisbatterij is een netgekoppeld apparaat: valt de stroom uit, dan schakelt hij standaard mee uit, omdat de omvormer zonder netspanning niet mag invoeden en zo monteurs aan de kabel beschermt. Alleen een installatie die expliciet is uitgevoerd met noodstroom of eilandbedrijf blijft dan een deel van je groepen voeden, en dat is extra apparatuur en extra bekabeling die je apart bestelt. Los daarvan overbrugt een batterij uren en geen seizoenen: hij verschuift zonnestroom van de middag naar de avond, maar het gat tussen een productieve zomer en een donkere winter vult hij niet. Onafhankelijkheid is dus geen goede reden om er een te kopen; meer zelfverbruik en het benutten van prijsverschillen binnen de dag zijn dat mogelijk wel, afhankelijk van je contract en je verbruikspatroon.

Bron:Milieu Centraal: Thuisbatterij: zonne-energie opslaan, en of je hem terugverdient

Oordeel opgesteld op 27 augustus 2026.

Wat een thuisbatterij kost en oplevert, met je eigen cijfers

Grotendeels onjuist

“De installateur regelt de ISDE-subsidie wel voor je.”

Grotendeels onjuist, en dit misverstand kost mensen hun subsidie. De ISDE-aanvraag loopt bij RVO op naam van de woningeigenaar, met DigiD, en die eigenaar is dus verantwoordelijk voor het indienen, voor de termijn (uiterlijk 24 maanden na de installatie) en voor de juiste gegevens van het toestel. Een installateur mag helpen en kan gemachtigd worden, maar dat is een afspraak tussen jullie en geen automatisme, dus leg schriftelijk vast wie wat doet als je het uitbesteedt. Let daarbij op twee eisen: een bouw- of installatiebedrijf moet alle werkzaamheden uitvoeren, en het toestel hoort op de meldcodelijst te staan. En let op het budget: voor 2026 is dat € 500 miljoen, waarvan per 2 september 2026 € 288,8 miljoen was geclaimd (RVO, budgetpagina), dus uitstel is een reëel risico.

Bron:RVO: ISDE: subsidie voor verduurzaming van je woning

Oordeel opgesteld op 22 september 2026.

Hoe de ISDE werkt en hoe je hem aanvraagt

Grotendeels onjuist

“Een energielabel heb je alleen nodig als je je huis verkoopt.”

Grotendeels onjuist. Een geldig energielabel is verplicht bij verkoop, bij verhuur en bij oplevering van een nieuwe woning, en het moet al zichtbaar zijn in de advertentie, dus ook een verhuurder ontkomt er niet aan. Belangrijker voor wie blijft wonen: het label is een uitkomst en geen doel. Het beschrijft de kwaliteit van de schil en de installaties, dus dezelfde maatregelen die het label verbeteren, verlagen je warmtevraag en maken je huis behaaglijker, ongeacht of je ooit verkoopt. Laat de volgorde van maatregelen daarom volgen uit de bouwfysica van jouw woning, en gebruik het label als meetlat achteraf in plaats van als opdracht vooraf.

Bron:Rijksoverheid: Energielabel woningen en gebouwen

Oordeel opgesteld op 27 augustus 2026.

Hoe het energielabel wordt berekend en wat het verandert

Grotendeels onjuist

“Isoleren veroorzaakt schimmel.”

Grotendeels onjuist: schimmel groeit waar vocht neerslaat op een koud oppervlak, en isolatie maakt oppervlakken juist warmer. De binnenkant van een goed geïsoleerde muur of dakplaat blijft dichter bij de kamertemperatuur, zodat de waterdamp uit douchen, koken en ademen er minder snel op condenseert. Waar het wél misgaat is bij half werk. Isoleer je een deel van de schil en laat je een stuk gevel, een kozijn of een aansluiting over, dan wordt dat overgebleven koude vlak de plek waar al het vocht naartoe trekt. Bovendien gaat isoleren vrijwel altijd samen met kieren dichten, waardoor de ongeplande ventilatie wegvalt die het vocht voorheen afvoerde; wie daar geen bewuste ventilatie voor in de plaats zet, houdt vochtige lucht binnen en ziet die neerslaan op het koudste punt dat overblijft. Isolatie is dus geen oorzaak van schimmel, maar onvolledige isolatie zonder ventilatie is dat wel. Bestaat er al een vochtprobleem door optrekkend of doorslaand vocht, dan moet die bron eerst worden verholpen, want die verdwijnt niet achter een isolatielaag.

Bron:Milieu Centraal: Schimmel en vocht in huis verwijderen

Oordeel opgesteld op 1 september 2026.

Vocht en schimmel in huis: oorzaak en volgorde

Grotendeels onjuist

“Een dynamisch energiecontract is altijd goedkoper.”

Grotendeels onjuist. Bij een dynamisch contract volgt je leveringstarief de groothandelsprijs, voor stroom per uur of kwartier en voor gas per dag, plus een opslag en vaste kosten van de leverancier. Het contract koopt dus geen lagere prijs, maar blootstelling aan de markt: goedkoop op uren met veel zon en wind, duur op een windstille winteravond, en onbeschermd bij een schok op de markt. Of het per saldo voordelig uitpakt hangt af van de vraag of je verbruik kunt verschuiven naar de goedkope uren, met een laadpaal, een boiler of een batterij die zich daarop laat sturen. Wie een vast dagritme heeft en niets kan verschuiven, betaalt ongeveer het marktgemiddelde plus opslag en levert daarvoor zijn zekerheid in. Let ook op die opslag en het vastrecht, want ze verschillen sterk per leverancier en bepalen een groot deel van het verschil. De ACM heeft met de leveranciers afspraken gemaakt over hoe zij de werking en de risico’s van deze contracten moeten uitleggen; lees die uitleg, en reken met je eigen verbruiksprofiel in plaats van met het gunstigste jaar uit de folder.

Bron:ACM: Afspraken met Energie-Nederland over energiecontracten met dynamische prijzen

Oordeel opgesteld op 1 september 2026.

Hoe een dynamisch energiecontract werkt

Grotendeels onjuist

“Als je je aansluiting laat verzwaren naar 3x25A, betaal je voortaan veel meer netbeheerkosten.”

Grotendeels onjuist, en het misverstand komt van de jaarnota zelf. De vaste netbeheerkosten van een huishouden zijn een capaciteitstarief: je betaalt per tariefcategorie van je aansluitwaarde, niet per ampère. De gewone enkelfasige aansluitingen die in de meeste woningen zitten vallen bij de netbeheerders in dezelfde laagste categorie als de standaard driefasenaansluiting, en daarom staat die driefasenwaarde vaak al op je nota terwijl je maar één fase hebt. Verzwaren van één fase naar drie fasen binnen die categorie verandert je periodieke netbeheerkosten dus niet: je betaalt de eenmalige kosten van de aanpassing en daarna hetzelfde tarief als daarvoor. Wat wél omhoog gaat is het tarief zodra je boven de standaard driefasenaansluiting uitkomt, want dan val je in een hogere categorie en blijft dat hogere bedrag lopen zolang de aansluiting bestaat. Kijk daarom eerst of warmtepomp, laadpaal en inductiekookplaat samen binnen de standaardaansluiting passen, zo nodig met load balancing, en controleer de categorie-indeling en de tarieven bij je eigen netbeheerder, want die stelt ze jaarlijks vast.

Bron:Liander: Soorten aansluitingen: aansluitwaarde in fasen en ampère

Oordeel opgesteld op 1 september 2026.

Netbeheerkosten en het capaciteitstarief

Onjuist

“De ISDE krijg je alleen als je twee isolatiemaatregelen tegelijk laat uitvoeren.”

Onjuist. Een woningeigenaar kan bij RVO ISDE aanvragen voor één isolatiemaatregel, mits die aan de minimumeisen voor oppervlak en isolatiewaarde voldoet en door een bedrijf is uitgevoerd. Wat wél klopt, en waar de bewering vandaan komt, is dat het bedrag per maatregel hoger uitvalt zodra je meer dan één maatregel laat uitvoeren, of een isolatiemaatregel combineert met een warmtepomp, een zonneboiler of een aansluiting op een warmtenet. Dat hoeft niet tegelijk: RVO hanteert een termijn waarbinnen de tweede maatregel op de eerste mag volgen. De keuze is dus niet tussen subsidie en geen subsidie, maar tussen het enkelvoudige en het verhoogde bedrag, en die volgorde kun je plannen: eerst de spouw, binnen de termijn het dak. Een combinatie met alleen een ventilatiemaatregel telt daarbij niet als tweede maatregel. De bedragen, de minimumoppervlakken en de termijn wijzigen per jaar en het budget kan gedurende het jaar opraken; controleer ze bij RVO voordat je opdracht geeft.

Bron:RVO: ISDE-subsidie voor isolatiemaatregelen

Oordeel opgesteld op 1 september 2026.

Hoe de ISDE werkt en hoe je hem aanvraagt

Deels waar

“Met een hybride warmtepomp heb je geen isolatie nodig.”

Deels waar: de hybride warmtepomp is juist het type dat een matig geïsoleerde woning aankan, omdat de cv-ketel blijft hangen en bijspringt op koude dagen en voor het warme tapwater. Isoleren is daarmee geen voorwaarde om het toestel te plaatsen. Het is wel de knop die bepaalt hoeveel je eraan hebt. De warmtepomp neemt alleen de uren over waarin hij met een lage aanvoertemperatuur genoeg warmte kwijt kan in je radiatoren; hoe slechter de schil, hoe eerder de ketel het overneemt en hoe kleiner het deel van je gasverbruik dat werkelijk verdwijnt. Elke isolatiemaatregel verschuift die grens en laat de warmtepomp een groter deel van het stookseizoen zuinig draaien. Isoleren na plaatsing is bovendien niet verloren moeite: wie de schil later op orde brengt, kan met een ruimer bemeten hybride toestel alsnog de ketel weglaten. De volgorde is dus niet isoleren óf hybride, maar hybride nu en isoleren waar het kan, met een toestel dat die tweede stap al aankan.

Bron:Milieu Centraal: Hybride warmtepomp: vermogen en gasverbruik

Oordeel opgesteld op 1 september 2026.

De hybride warmtepomp

Onjuist

“Verwarmen met infraroodpanelen is zuiniger dan met een warmtepomp.”

Onjuist. Een infraroodpaneel is elektrische weerstandsverwarming: elke kilowattuur stroom wordt één kilowattuur warmte, zonder winst. Een warmtepomp verplaatst warmte uit de buitenlucht of de bodem en levert daardoor uit dezelfde kilowattuur stroom een veelvoud aan warmte. Verwarm je de hele woning, dan verliest infrarood die vergelijking altijd; hoeveel je meer betaalt hangt af van je warmtevraag en van het rendement dat de warmtepomp in jouw woning haalt. Wat de bewering aannemelijk maakt, is comfort: stralingswarmte voelt warmer aan bij dezelfde luchttemperatuur, zodat je in een kamer waar je kort zit met een paneel kunt volstaan en de rest van het huis koeler kunt houden. Dat is een goede reden om een paneel als bijverwarming te gebruiken in een werkkamer, een badkamer of een huurwoning waar je niet mag verbouwen. Als hoofdverwarming is infrarood alleen verdedigbaar in een woning die zo goed geïsoleerd is dat de warmtevraag vrijwel verdwijnt, en dat geldt voor weinig bestaande woningen.

Bron:Milieu Centraal: Verwarmen met infraroodpanelen

Oordeel opgesteld op 1 september 2026.

Grotendeels onjuist

“Op een monument mag je geen zonnepanelen leggen.”

Grotendeels onjuist: het is geen verbod, maar een vergunningplicht. Voor de meeste daken heb je volgens Milieu Centraal geen vergunning nodig, maar voor monumenten en beschermde stads- of dorpsgezichten wel. Wie een monument bewoont vraagt dus een omgevingsvergunning aan bij de gemeente, die het plan toetst aan wat er precies is beschermd. Dat is meestal het aanzicht: panelen op een achterdakvlak dat niet vanaf de openbare ruimte te zien is, of op een bijgebouw, maken een reële kans, terwijl een voordakvlak in het zicht doorgaans wordt geweigerd. Kleur, opstelling en de vraag of de panelen omkeerbaar zijn aangebracht wegen mee. Begin daarom bij de gemeente of de monumentencommissie voordat je een offerte tekent, en doe de vergunningcheck in het Omgevingsloket voor je eigen adres, want het antwoord verschilt per pand en per gemeente. Een installateur die zegt dat het altijd mag of nooit kan, draagt het risico van die uitspraak niet.

Bron:Milieu Centraal: Kunnen zonnepanelen op mijn dak: oriëntatie, hellingshoek, schaduw en plat dak

Oordeel opgesteld op 22 september 2026.

Zonnepanelen plaatsen: vergunning en dakconstructie

Grotendeels onjuist

“Als je de thermostaat hoger zet, wordt het sneller warm.”

Grotendeels onjuist. Een kamerthermostaat is geen gaspedaal maar een gewenste temperatuur: hij vraagt de ketel of de warmtepomp om warmte zolang de kamer kouder is dan de instelling, en stopt daarmee zodra die is bereikt. Bij een aan-uitthermostaat levert de ketel bij elke opwarming hetzelfde vermogen, dus de kamer bereikt de temperatuur die je wilde precies even snel; het toestel stookt daarna alleen door naar een stand die je niet nodig had. Bij een modulerende thermostaat kan een groter verschil tussen gewenst en gemeten de ketel iets harder laten branden, maar die winst is klein en de prijs is dezelfde: de verwarming gaat door voorbij de temperatuur waarvoor je haar had aangezet, en wie vergeet terug te draaien betaalt dat in gas. Hoe snel een woning opwarmt wordt bepaald door het vermogen van het toestel, de aanvoertemperatuur en de massa van het afgiftesysteem, en bij vloerverwarming door de dekvloer die eerst mee moet. Wil je op een vast tijdstip warm zitten, laat dan een klokprogramma eerder beginnen in plaats van de stand hoger te zetten.

Bron:Milieu Centraal: Cv-ketel: onderhoud en instelling

Oordeel opgesteld op 1 september 2026.

Onjuist

“Een cv-ketel op 60 graden is onzuiniger dan op 80 graden.”

Onjuist, het is precies andersom. Een HR-ketel haalt zijn hoge rendement uit condensatie: de waterdamp in de rookgassen geeft zijn warmte af aan het cv-water dat uit de radiatoren terugkomt, en dat gebeurt alleen als dat retourwater koel genoeg is. Hoe lager je de aanvoertemperatuur van het cv-water instelt, hoe koeler het retourwater, hoe meer de ketel condenseert en hoe minder gas hij verbruikt voor dezelfde warmte. Op de hoogste stand condenseert de ketel nauwelijks en werkt hij feitelijk als een ouderwetse ketel. De voorwaarde is dat je radiatoren bij de lagere temperatuur nog genoeg warmte afgeven om de woning warm te houden; in een redelijk geïsoleerde woning lukt dat meestal, en met de verwarmingstest van Milieu Centraal probeer je dat in de winter zelf uit. Verwar deze instelling niet met de temperatuur van het warme tapwater: die hoort juist hoog genoeg te blijven om legionella te voorkomen en staat op een aparte knop. Lukt het in de koudste week niet, zet de aanvoer dan een stap hoger en laat de radiatoren doorrekenen in plaats van terug te gaan naar de hoogste stand.

Bron:Milieu Centraal: Cv-ketel: onderhoud en instelling

Oordeel opgesteld op 1 september 2026.

Verwarmen op een lagere aanvoertemperatuur

Onjuist

“Na het einde van de salderingsregeling is de terugleververgoeding wettelijk nul.”

Onjuist. De Wet beëindiging salderingsregeling schaft het wegstrepen van teruggeleverde stroom tegen afgenomen stroom af, maar zet daar een verplichting voor in de plaats: je leverancier moet voor de stroom die je teruglevert een redelijke vergoeding betalen. Die vergoeding mag niet negatief zijn, zodat je nooit hoeft te betalen om terug te leveren, en de wet legt voor een overgangsperiode een ondergrens vast als aandeel van het leveringstarief dat je met je leverancier hebt afgesproken, zonder belastingen. Wat niet vastligt is de hoogte daarboven: leveranciers bepalen de vergoeding zelf, en die ligt lager dan wat je voor afname betaalt, omdat de energiebelasting en de btw die je bij salderen ook over het teruggeleverde deel bespaarde, wegvallen. Daarnaast mogen leveranciers terugleverkosten in rekening brengen, en de ACM houdt toezicht op de redelijkheid van beide. De ondergrens is vastgelegd voor 1 januari 2027 tot 1 januari 2030: minimaal 50% van de leveringsprijs die je met je leverancier hebt afgesproken, zonder btw en energiebelasting. Vergelijk bij het kiezen van een contract de terugleververgoeding en de terugleverkosten samen, want het ene bedrag zegt zonder het andere niets.

Bron:Rijksoverheid: Salderingsregeling stopt in 2027: de terugleververgoeding daarna

Oordeel opgesteld op 22 september 2026.

Wat het einde van salderen voor jouw zonnepanelen betekent

Onjuist

“De ERE-vergoeding voor thuisladen is een subsidie van de overheid.”

Onjuist: er komt geen overheidsgeld aan te pas. Sinds 1 januari 2026 kun je met het laden van je elektrische auto aan je eigen laadpaal geld verdienen, omdat een inboekdienstverlener de geladen stroom, gemeten met de ingebouwde MID-meter van de paal, omzet in emissiereductie-eenheden (ERE), die bedrijven in de transportsector kopen. Die bedrijven moeten van de EU hun CO2-uitstoot omlaag brengen, en een ERE, gelijk aan 1 kilogram vermeden CO2-uitstoot, is een van de manieren om dat te doen. De prijs hangt af van vraag en aanbod: de Rijksoverheid noemt per september 2026 een gemiddelde vergoeding van ongeveer € 0,10 per kWh, wat bij 3.000 kWh per jaar in haar fictieve voorbeeld € 300 oplevert, voordat de kosten van de inboekdienstverlener eraf gaan. Er is dus geen subsidiebudget dat op kan raken, maar ook geen vast bedrag.

Bron:Rijksoverheid: Kan ik geld verdienen met mijn eigen laadpaal?

Oordeel opgesteld op 22 september 2026.

ERE-certificaten voor thuisladen

Onjuist

“Wie vóór 1 januari 2027 zonnepanelen koopt, mag daarna nog jaren blijven salderen.”

Onjuist: de Wet beëindiging salderingsregeling kent één einddatum voor iedereen en geen overgangsrecht voor bestaande installaties. Wie in 2020 kocht en wie in december 2026 koopt, saldeert allebei tot de einddatum en daarna geen van beiden. Haast maken om nog te kunnen salderen levert dus geen voordeel op dat een latere koper misloopt. Wat wel telt bij een aankoop nu, is of de installatie op het eigen verbruik is bemeten, want stroom die je op het moment van opwekken zelf verbruikt blijft na de einddatum het volle tarief waard en het overschot niet. De einddatum is 1 januari 2027.

Bron:Rijksoverheid: Salderingsregeling stopt in 2027: de terugleververgoeding daarna

Oordeel opgesteld op 22 september 2026.

Wat het einde van salderen voor jouw zonnepanelen betekent

Onjuist

“Voor een thuisbatterij krijg je ISDE-subsidie.”

Onjuist: er is geen landelijke subsidie voor een thuisbatterij bij een woning. De ISDE kent voor woningeigenaren categorieën voor warmtepompen, zonneboilers, isolatie, ventilatie, een elektrische kookvoorziening en een aansluiting op een warmtenet, en een batterij staat daar niet tussen; de Rijksoverheid zegt in haar vraag-en-antwoord over zonnepanelen met zoveel woorden dat er geen rijkssubsidie voor een thuisbatterij is. Wat wel bestaat, zijn regelingen van sommige gemeenten en provincies, en de mogelijkheid om een batterij mee te financieren met de Energiebespaarlening van het Nationaal Warmtefonds. Een aanbieder die met een landelijke subsidie adverteert, kun je naar de ISDE-pagina van RVO verwijzen: daar staat een thuisbatterij per september 2026 niet tussen de maatregelen voor woningeigenaren.

Bron:Rijksoverheid: Krijg ik subsidie voor zonnepanelen (en voor een thuisbatterij)?

Oordeel opgesteld op 22 september 2026.

Wat een thuisbatterij kost en oplevert, met je eigen cijfers

Hoe wij toetsen

We citeren de bron die het dichtst bij de regel zelf staat, niet een andere vergelijkingssite. Een oordeel rust op de regel of op de techniek erachter, en niet op een bedrag, want een bedrag verandert terwijl het mechanisme blijft staan.

Op deze pagina staan twee data, en dat is met opzet. Bij elk oordeel staat de dag waarop de redactie dat oordeel heeft opgesteld of herzien. Onderaan staat wanneer het bronregister als geheel voor het laatst is doorgelopen, op 23 mei 2026. Eén datum voor allebei zou het ene voor het andere laten doorgaan.

De volledige werkwijze, van het moment dat een claim wordt opgeschreven tot de controle die publicatie tegenhoudt zolang een cijfer niet tegen de bron is gehouden, staat op de pagina over onze methode. Zie je een oordeel dat niet meer klopt, laat het weten via de contactpagina, dan controleren we het opnieuw en passen we het zo nodig aan.

Bronnen

Onderhouden door de redactie van ThuisBesparen.nl. Bedragen en regelingen zijn tijdsgebonden. Laatst gecontroleerd op .

Zo controleren wij onze cijfers, en wat we doen als een bron niet te openen is

Wil je weten wat er voor jouw woning klopt?

Per situatie staat de juiste volgorde uitgewerkt, met per stap waar het misgaat en welke bron erachter zit.

Zoek een begrip op

Bekijk de situaties