Direct naar de inhoud
ThuisBesparen.nl

Situatie · Van het gas af

Jaren 30-woning en van het gas af: dit is de juiste volgorde

Een jaren 30-woning is degelijk gebouwd, maar vaak matig geïsoleerd: enkel glas of oude dubbele beglazing, een slecht geïsoleerd dak en houten vloeren boven een koude kruipruimte. Wil je van het gas af, dan bepaalt de volgorde waarin je dat aanpakt of het comfortabel en betaalbaar wordt, of dat je onnodig veel betaalt.

Onderhouden door
de redactie van ThuisBesparen.nl
Laatst herzien in

Het korte antwoord

Isoleer eerst de schil van je woning, breng daarna het afgiftesysteem op lage temperatuur, en kies pas dan een warmtepomp. Zonnepanelen leg je erbij om de extra stroomvraag te dekken. Wie de warmtepomp vóór de isolatie plaatst, betaalt voor meer vermogen dan nodig en houdt een hogere stroomrekening.

De juiste volgorde

Elke stap verlaagt de kosten of het risico van de volgende. Daarom loont het om ze in deze volgorde te nemen, met per stap waar je op moet letten.

  1. 1

    Isoleer eerst de schil

    Begin bij dak, gevel of spouw, vloer of bodem, en glas. In een jaren 30-woning zit hier de meeste winst, en het verlaagt de warmtevraag zodat je later een kleinere warmtepomp nodig hebt. Let op: één isolatiemaatregel komt op zichzelf in aanmerking voor ISDE, en een tweede binnen 24 maanden verdubbelt het bedrag voor de isolatie; elke maatregel heeft wel een minimale isolatiewaarde, zoals Rd 3,5 voor dak, gevel en vloer (RVO, per september 2026), dus stem de aanpak vooraf af.

  2. 2

    Breng het afgiftesysteem op lage temperatuur

    Een warmtepomp is het zuinigst bij een lage aanvoertemperatuur. Vloerverwarming is ideaal, maar ruim bemeten lagetemperatuurradiatoren volstaan in veel jaren 30-woningen. Let op: te krappe radiatoren dwingen een hogere aanvoertemperatuur af, wat de SCOP drukt, het seizoensgemiddelde rendement van de warmtepomp, en daarmee je besparing.

  3. 3

    Kies hybride of volledig elektrisch

    Is de isolatie nog niet op orde, dan is een hybride warmtepomp een verstandige tussenstap: de warmtepomp draagt de basislast en de cv-ketel springt bij op koude dagen. Is de schil wél op orde, dan kun je volledig van het gas af. Let op: een buitenunit valt onder een wettelijke geluidsnorm op de erfgrens, dus plaatsing en trillingsdemping zijn geen bijzaak.

  4. 4

    Dek de stroomvraag met zonnepanelen

    Een warmtepomp verhoogt je stroomverbruik, en eigen zonnepanelen vangen daar een deel van op. Let op: de salderingsregeling stopt op de wettelijke einddatum en je betaalt bij sommige leveranciers terugleverkosten, dus reken de businesscase door zonder saldering: die stopt op 1 januari 2027 (Rijksoverheid, per september 2026), en daarna moet de terugleververgoeding tot 2030 minimaal 50% van het kale leveringstarief zijn.

Waarom de volgorde uitmaakt

De schil, de afgifte en de opwekking hangen samen. Wie ze in de juiste volgorde aanpakt, betaalt voor minder vermogen en houdt lagere vaste lasten.

  • Schil eerst

    Minder warmteverlies betekent een kleinere en goedkopere warmtepomp.
  • Dan de afgifte

    Een lage aanvoertemperatuur is de voorwaarde voor een hoge SCOP en lage stroomkosten.
  • Dan de opwekking

    Pas als de warmtevraag laag is, lonen all-electric en eigen zonnestroom echt.

De maatregelen bij deze keuze

Waar elke stap precies over gaat, lees je op de bijbehorende pagina. Hier zie je hoe ze in deze situatie samenhangen.

  • Een goed geïsoleerde schil verlaagt de warmtevraag, zodat je warmtepomp kleiner, goedkoper en zuiniger kan zijn.

  • Onder de houten vloer van een jaren 30-woning ligt vaak een koude kruipruimte. Of en hoe je die isoleert, hangt af van de hoogte, het vocht en de ventilatie eronder.

  • Tussen isoleren en een warmtepomp zit een stap die niets kost: de aanvoertemperatuur van de bestaande installatie omlaag brengen en kijken waar het tekortschiet. Dat bespaart nu al gas op de HR-ketel en het vertelt je per kamer welke radiator straks te klein is, wat een dure verrassing achteraf voorkomt.

  • Pas als de woning de warmte vasthoudt, werkt een warmtepomp op lage aanvoertemperatuur efficiënt. Tot die tijd is een hybride opstelling vaak de verstandige tussenstap.

  • Zonnepanelen

    Optioneel

    Een warmtepomp verschuift je verbruik van gas naar stroom. Eigen zonnestroom drukt die kosten, al vervalt het voordeel van saldering zodra de regeling stopt.

  • De laatste stap: pas als verwarmen, warm water en koken zonder gas gaan, kan de aansluiting weg. Tot die tijd lopen de vaste netbeheerkosten voor gas door.

Kosten en subsidie

De warmtepomp is meestal de grootste post, maar komt in aanmerking voor ISDE-subsidie, die je als woningeigenaar zelf aanvraagt bij RVO.

Het subsidiebedrag voor een lucht-water warmtepomp bedraagt € 225 per kW thermisch vermogen (ISDE 2026, lucht-water warmtepomp, vanaf de eerste kW) (bron: RVO, per september 2026).

Bij een eerste lucht-water warmtepomp komt daar in 2026 een startbedrag van € 1.025 en een energielabelbonus van € 200 bij; RVO rekent voor dat een toestel van 4 kW met A+++-label zo op € 2.125 uitkomt. Combineer je de warmtepomp binnen 24 maanden met een isolatiemaatregel, dan verdubbelt het bedrag voor die isolatie. Het ISDE-budget is eindig: voor 2026 is het € 500 miljoen, en per 2 september 2026 was daarvan € 288,8 miljoen geclaimd (RVO, budgetpagina, maandelijks bijgewerkt).

Veelgestelde vragen

Kan ik niet gewoon meteen een warmtepomp laten plaatsen?

Dat kan, maar in een matig geïsoleerde jaren 30-woning betaal je dan voor een groter vermogen en houd je een hogere stroomrekening. Isoleren verlaagt eerst de warmtevraag, waardoor de warmtepomp kleiner en zuiniger kan. Een hybride opstelling is de tussenstap zolang de isolatie nog niet op orde is.

Heb ik per se vloerverwarming nodig?

Niet altijd. Een warmtepomp werkt het zuinigst op lage aanvoertemperatuur, en die haal je het makkelijkst met vloerverwarming. In veel jaren 30-woningen volstaan ruim bemeten lagetemperatuurradiatoren; anders vervang je een paar radiatoren of kies je voorlopig een hybride opstelling.

Heeft een jaren 30-woning een spouwmuur die je kunt laten vullen?

Dat verschilt per huis. De spouwmuur werd in de loop van het interbellum gangbaar, dus in jaren 30-woningen kom je zowel een spouw als een massieve muur tegen. Aan de gevel zie je het aan het metselverband: alleen strekken in halfsteensverband wijst op een spouw, koppen die de muur in steken wijzen op een massieve muur. Zekerheid geeft alleen een boorgat met een endoscoop, en die opname meet ook de breedte van de spouw, want in een te smalle spouw verdeelt ingeblazen materiaal zich slecht. Is er geen bruikbare spouw, dan kom je uit bij isolatie aan de buitenkant of een voorzetwand aan de binnenkant, en dat is een groter project.

Kan ik de houten vloer van een jaren 30-woning isoleren?

Dat kan vanuit de kruipruimte, als die bereikbaar en droog is en er genoeg werkhoogte is. Het vocht komt eerst: isolatie tegen de onderkant van een vochtige houten vloer houdt de balken nat en onttrekt ze aan het zicht, en dan is houtrot de rekening die later komt. Laat daarom het houtvochtgehalte meten voordat er iets tegen de vloer komt. Is de kruipruimte te laag of te nat voor werk tegen de vloer, dan is bodemisolatie de oplossing, die vooral het vocht aanpakt. De ventilatieroosters van de kruipruimte blijven in beide gevallen open.

Krijg ik subsidie voor deze aanpak?

Voor isolatie, warmtepompen en zonneboilers bestaat ISDE-subsidie, die je als woningeigenaar zelf aanvraagt bij RVO. Combineren levert meer op: het bedrag voor isolatie verdubbelt als je binnen 24 maanden een tweede isolatiemaatregel neemt of isolatie combineert met een warmtepomp of zonneboiler. Je vraagt aan binnen 24 maanden na de installatie, en een bedrijf moet het werk uitvoeren. Het budget voor 2026 is € 500 miljoen, waarvan per 2 september 2026 € 288,8 miljoen was geclaimd (RVO, per september 2026).

Wat doet dit met mijn energielabel?

Isoleren en van het gas af gaan verbeteren doorgaans je energielabel, wat gunstig is voor comfort, woningwaarde en soms je hypotheekruimte. De grootste labelsprongen komen meestal van de schil (dak, gevel, glas) en van de overstap van gas naar een warmtepomp.

Lijkt jouw situatie hier meer op?

Elke situatie heeft een eigen volgorde. Deze liggen het dichtst bij die hierboven.

  • Begin met een inspectie: in een jaren 70-rijtjeshuis bepaalt wat er al in de spouw, onder de vloer en boven het plafond zit welke maatregel nog iets toevoegt. Pak daarna de schil aan, te beginnen bij wat je niet ziet: de spouw, de vloer of de bodem van de kruipruimte, en boven je hoofd de zoldervloer bij een onverwarmde zolder of het dakvlak zelf zodra die zolder een kamer is. In een tussenwoning grenzen de zijmuren aan verwarmde buren, waardoor je warmte vooral kwijtraakt via het dak, de begane grondvloer en de voor- en achtergevel; woon je in een hoekwoning, dan komt daar een zijgevel bij die wel aan buitenlucht grenst, en die schuift naar voren in de rangorde. Bekijk het glas pas daarna, en vergelijk dan met het dubbel glas dat er al in zit en niet met enkel glas. Stem als laatste de verwarming af op de lagere warmtevraag die je dan hebt. Zie een beter label als het gevolg van een warmere woning, en ventileer mee met alles wat je dichtmaakt.

  • Beslis op de dag zelf alleen over de richting; het toestel kies je later. Vraag de monteur wat er precies stuk is en of een reparatie de rest van het stookseizoen overbrugt, want een overbrugde week geeft je de keuze terug. Bepaal daarna of je woning en je afgiftesysteem een hybride of volledig elektrische warmtepomp aankunnen; kan dat niet, dan is een nieuwe ketel nu en isoleren daarna een verdedigbare keuze. Controleer de subsidievoorwaarden voordat je opdracht geeft, want een installatie die al is uitgevoerd, laat zich niet meer aanpassen aan de regeling. Kies je een ketel, laat die dan uitrekenen op het huis dat je na het isoleren hebt, niet op het huis van vandaag.

  • Stel eerst vast welke status je pand precies heeft, want een rijksmonument, een gemeentelijk monument en een pand dat zelf geen monument is maar binnen een beschermd stadsgezicht valt, zijn drie regimes met verschillende gevolgen voor de buitenkant. Dat bevestig je bij je gemeente, en niet bij de aannemer die je offerte schrijft. Begin daarna met de maatregelen die vanaf de straat niet te zien zijn: bodem- en vloerisolatie, isolatie van de zoldervloer, en zorgvuldige kierdichting met een ventilatieplan erbij. Ga pas daarna naar de ramen, waar een achterzetraam het historische glas en de profilering intact laat en meestal zonder sporen kan worden verwijderd. Isolatie van een massieve historische gevel is een vochtvraagstuk voor een specialist, en de verwarming is het sluitstuk: die kies je pas als de warmtevraag daadwerkelijk omlaag is.

Zoek de volgende stap verder uit

Deze volgorde geldt voor de situatie hierboven. Per maatregel staan de bedragen, de voorwaarden en de subsidie uitgewerkt, met de bron en de controledatum erbij.

Eerst isoleren?

Kosten en ISDE van een warmtepomp